De wereld gezondheidsorganisatie (WHO) heeft een online video cursus gemaakt om gezondheids- en crisismedewerkers te instrueren over het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2. Ik heb deze cursus gevolgd en ga jou in deze post uitleggen wat je ervan kan leren. De informatie kun je ook terugvinden in het informatiedossier.

Allereerst wil ik je aandacht vragen voor onderstaand filmpje:

Introductiefilmpje van de WHO cursus

Over het virus (SARS-CoV-2)

Het SARS-CoV-2 virus is een nieuw ontdekte soort coronavirus.

Coronavirussen (CoV) vormen een familie van virussen binnen de orde ‘Nidovirales’ die zowel dieren als mensen als gastheer kunnen gebruiken. De coronavirussen danken hun naam aan de eiwitten die aan de buitenkant van het virus (‘de envelop’) uitsteken en op een krans (‘corona’ in Latijn) lijken.

In de afgelopen 2 decennia hebben we de uitbraak van de volgende nieuwe corona-virussen meegemaakt:

  • 2002: SARS (‘severe acute respiratory syndrome’ virus)
  • 2012: MERS (‘middle east respiratory syndrome’ virus)

Daar komt dus nu in eind 2019 de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus bij. Aan de naam kun je al zien dat dit virus het meeste op het het SARS virus van 2002 lijkt.

In een groot gedeelte (circa 70-80%) van nieuwe infectieziekten kan de ziekteverwekker tussen dieren en mensen worden overgedragen. Dit proces het zoönose. Als een virus waarvan reeds bekend is dat het bij dieren voorkomt op een mens overgedragen wordt noemen we dit een ‘spill-over event’.

De volgende virussen hebben bijvoorbeeld een zoönotische origine:

  • De vogelgriep (Influenza type A): afkomstig van gevogelte
  • De varkens/Mexicaanse griep: afkomstig van varkens
  • SARS-CoV: afkomstig van de civet kat
  • MERS-CoV: afkomstig an kamelen

De combinatie van verschillende virussen kunnen leiden tot het ontstaan van een nieuw virus. Het dier waarin het nieuwe virus is ontstaan (‘reservoir host’) is niet altijd hetzelfde dier dat als eerste de mens besmet (‘intermediate host’). We weten eigenlijk nog niet zeker welk dier of welke diersoorten de reservoir en intermediate host voor het nieuwe SARS-CoV-2 virus zijn. Op basis van vergelijkingen van het erfelijk materiaal tussen het virus en bekende virussen in verschillende diersoorten zijn er wel verdenkingen uitgesproken dat de vleermuis, civet kat, cobra slang en/of pangolin (armadillo) hierbij betrokken is.

Markten waar levende dieren worden verhandeld zoals in Wuhan zijn een mogelijke bron voor een spill-over event. Nadat de eerste mens is besmet gaat het vaak hard. Door de grote populatie dichtheid, klimaatveranderingen, urbanisatie en toegenomen (vlieg)verkeer kan binnen een korte tijd een groot aantal mensen worden geïnfecteerd.

Belangrijke maatregelen bij de uitbraak van een nieuw virus

Voor de bestrijding van een een nieuw virus is het volgende van groot belang om de gevolgen te beperken:

  • Cases en mogelijke mens-op-mens besmetting identificeren d.m.v. een uitgebreid bron- en contact-onderzoek
  • Verdere verspreiding en ernstige gezondheidsgevolgen voorkomen d.m.v. isolatie maatregelen, management van bewezen cases en follow-up van contacten
  • Nieuwe besmettingen voorkomen door identificatie van de oorspronkelijke besmettingsbron (mens en dier) en risicofactoren voor infectie in kaart te brengen en bestrijden
  • Specifieke maatregelen om ziekteverspreiding in ziekenhuizen en gezondheidscentra te voorkomen
  • Experts in dier- en volksgezondheid moeten nauw samenwerken
  • Snel handelen, duidelijk en effectieve communicatie door overheid en gezondheidszorginstanties

Als een case is geïdentificeerd (zoals b.v.b. op 27-02-2020 in Nederland) wordt dus een contact-onderzoek ingesteld en worden passende maatregelen getroffen. Dit is wat er vervolgens gebeurt (gebaseerd op de WHO aanbevelingen en RIVM draaiboek):

  1. Het begint bij een besmette persoon met een positieve RT-PCR test uitslag. Dit staat voor Reverse Transcriptive Polymerase Chain Reactive test en toont erfelijk materiaal in de luchtwegen aan dat bij het virus hoort. Indien deze persoon ziek volgt opname in een ziekenhuis met adequate aerogene isolatie faciliteiten. Indien de persoon niet ernstig ziek is en de thuissituatie aan bepaalde voorwaarden voldoet kan toestemming verleent worden voor ‘thuisisolatie‘.
  2. De mensen waarmee deze persoon in de dagen daarvoor contact heeft gehad worden in kaart gebracht en gecontacteerd.
  3. Deze personen worden 14 dagen gemonitord (eventueel in quarantaine, maar dit is situatie-afhankelijk). Als ze binnen deze tijd geen verdachte symptomen ontwikkelen hoeven ze niet meer verder onderzocht te worden.
  4. Als de contactpersonen wel symptomen ontwikkelen ondergaan ook zij een RT-PCR test. Als zij negatief getest worden (volgens WHO aanbevelingen 2 opeenvolgende negatieve tests met een interval van ten minste 24 uur) worden zij verder als ‘niet-verdacht’ voor SARS-CoV-2 besmetting beschouwd.
  5. Voor alle bevestigde SARS-CoV-2 besmettingen die via het contactonderzoek worden gevonden wordt dit stappenplan uitgevoerd.

Denk jij mogelijk besmet te kunnen zijn? Kijk dan hier wat je moet doen!

Aanbevelingen om besmetting te voorkomen

Volgens de WHO zijn dit de beste maatregelen om besmetting te voorkomen:

  • Reis niet naar een risico-gebied en vermeid contact met risico-dieren
  • Vermijd nauw contact (< 2 m afstand) met bewezen COVID-19 patiënten
  • Vermijd drukke plekken
  • Pas regelmatige en goede handen-hygiëne toe
  • Houdt je aan de hoest-en-nies etiquette
  • Probeer je ogen, neus en mond zo min mogelijk aan te raken

Specifiek m.b.t. handen-hygiëne:

  • Als je handen zichtbaar verontreinigd zijn was ze met water en zeep gedurende 30 seconden (dit is ca. 2 x happy birthday zingen..)
  • Als je handen niet zichtbaar verontreinigd zijn wrijf je handen in gedurende 20 seconden met een desinfectie middel

Specifiek m.b.t. hoest-en-nies etiquette:

  • Hoest of nies in je gebogen elleboogsplooi – zorg ervoor dat je op deze manier je mond en neus bedekt
  • Indien je liever een zakdoek gebruikt gooi dit dan na eenmalig gebruik direct weg en pas direct handenhygiëne toe

Specifiek m.b.t. het gebruik van mondmaskers:

Filmpje van de WHO met advies over wanneer je een masker moet gebruiken
  • Het is alleen zinvol om een mondmasker te gebruiken als je zelf ziek bent of zorg draagt voor een persoon met een verdenking op / bewezen SARS-CoV-2 infectie
  • Het is niet zinvol om ‘preventief’ een mondmasker te dragen om te voorkomen dat jij in het openbaar het virus oploopt (sterker nog: hiermee draag je bij aan het probleem dat de mondmaskers zelfs in ziekenhuizen en gezondheidspraktijken dreigen op te raken)
  • De beschermende werking van zelfs de meest geavanceerde mondmaskers (goed aansluitende FFP graad 2-3 maskers) is niet geheel duidelijk
  • Contact vermijden, goede handenhygiëne en niest-en-hoest etiquette zijn nog veel belangrijker dan mondmaskers

Als je wel een mondmasker moet gebruiken, let dan even op hoe je het masker moet op en afzetten:

Hoe je een mondmasker op en af moet zetten

Referenties: